versiering

Onderzoek naar mogelijkheden schaalvergroting CCS belangrijk

Afdrukken PDF

Van 19 tot en met 23 september vond in de Amsterdam RAI de ‘10e Internationale Greenhouse Gas Control Technologies’-conferentie plaats. Daar bleken de meningen over de afvang en opslag van CO2 (CCS) uiteen te lopen. Het meest aantrekkelijke perspectief dat CCS biedt is de kans op zogenaamde ‘negatieve emissie’: een afname van de CO2-uitstoot van meer dan 100%. Om dit te bereiken is meer ervaring nodig met de schaalvergroting van CCS, dat nu nog enkel op kleine schaal wordt toegepast. Hierover bericht het Technisch Weekblad.


Tot nu toe vindt de afvang van CO2 plaats bij relatief kleine industriële installaties of elektriciteitscentrales. CO2 kan op drie manieren worden afgevangen: via pre-combustion, post-combustion of via het oxyfuelproces. Deze technieken hebben verschillende voor- en nadelen en worden wereldwijd door verschillende bedrijven toegepast. In Nederland vindt CO2-afvang plaats via zowel pre-combustion als post-combustion. Dit betekent dat de CO2 wordt afgevangen voor of na verbranding van fossiele grondstoffen (kolen) bij de productie van elektriciteit.

Relatief veilig
Veiligheid komt vaak ter sprake in de discussie over CCS. Volgens John Gale van het International Energy Agency is die focus niet altijd terecht. “In de Verenigde Staten ligt 5.800 km aan pijpleidingen voor het vervoer van koolstofdioxide. Tussen 1986 en 2006 zijn er twaalf keer lekkages geweest, waarbij niemand gewond is geraakt.” Kanttekening daarbij is dat koolstofdioxideleidingen vooral door afgelegen gebieden lopen, waar de kans op incidenten kleiner is. Gale stelde dat dus niet zozeer de veiligheid van CCS verder onderzocht moet worden, als wel de mogelijkheden van toepassing op grote schaal.

Tussenoplossing
Die schaalvergroting is nodig om van CCS een succesvolle techniek te maken die bijdraagt aan de reductie van CO2-uistoot in de atmosfeer. Het opslaan van CO2 is desalniettemin een tussenoplossing, stelde Keywan Riahi, leider van het energieprogramma van het Oostenrijkse International Institute of Applied System Analysis. Het is daarom vooral zaak om de problematiek bij de wortels aan te pakken. Tegen het jaar 2050 zal er mondiaal sprake zijn van een sterke verstedelijking. Riahi: “Tegen die tijd moet ongeveer 2.500 gigaton koolstofdioxide de bodem in, dat is net zoveel als in de atmosfeer zit.”
Energiebesparing kan veel van de problemen oplossen, volgens Riahi. “Rond 2050 moeten we de elektriciteit voor vijftig procent uit duurzame bronnen halen. Het opslaan van koolstofdioxide uit fossiele elektriciteitscentrales is daarom vooral een tussenoplossing. Het opwekken van stroom uit biomassa in combinatie met CCS is het meest aantrekkelijk, want zo creëer je negatieve emissies.”

Bron: technisch weekblad (27/09/2010)

 

Europese Unie| Dit project wordt medegefinancierd door het Europees fonds voor regionale ontwikkeling