versiering

Cancún: CCS is geaccepteerde maatregel om CO2-uitstoot te beperken

Afdrukken PDF

Ondergrondse opslag van CO2 (CCS) is acceptabel als mogelijke maatregel om de CO2-uitstoot te beperken. Dat staat in de conceptbesluiten waarover de afgevaardigden van 194 landen zich vrijdagavond op de klimaattop van Cancún zullen uitspreken. Ook minister Verhagen (EL&I) vindt opslag van CO2 een onmisbare maatregel en ziet kansen in Noord-Nederland.


Volgens het VN-klimaatbureau UNFCCC wordt met de ondertekening van de besluiten een belangrijke stap gezet op de klimaattop in Mexico.

Succesvol vervolg
De onderhandelingen in de Mexicaanse stad Cancún zijn het vervolg op de klimaattop in Kopenhagen die volgens velen mislukte. Het overleg in Mexico lijkt vooralsnog vruchtbaarder dan de Deense voorganger. Zo staan in de conceptbesluiten ook maatregelen om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij het terugdringen van de CO2-uitstoot en de gevolgen van klimaatverandering. Ook willen de rijke landen meer groene technologie beschikbaar te stellen aan ontwikkelingslanden.

CO2-opslag absoluut nodig
Het opinieblad Forum van VNO-NCW interviewde begin december minister Verhagen over onder meer CO2-opslag. Verhagen ziet verschillende mogelijkheden voor de Energy Valley in Groningen: “Ook op het terrein van bijvoorbeeld CO2-opslag dat een onderdeel kan zijn van een Green Deal met het Noorden.” De minister reageert verder op de koppeling van CO2-opslag en kernenergie in het regeerakkoord. Verhagen: “Dat moet je zo niet lezen. Er staat dat CO2-opslag niet moet dienen als excuus om af te zien van kernenergie. De vergunning voor een kerncentrale zal er eerder zijn dan grootschalige toepassing van ondergrondse opslag van CO2 ofwel CCS. We hebben CO2-opslag absoluut nodig. Er zijn kansen voor CCS in het Noorden en op zee. Dat gaat gewoon door.”

Bronnen:

Reformatorisch Dagblad: http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/co2_opslag_mag_als_klimaatmaatregel_1_519868

Forum (2 december 2010): http://www.vno-ncw.nl/Publicaties/Forum

 

Europese Unie| Dit project wordt medegefinancierd door het Europees fonds voor regionale ontwikkeling