versiering
Afdrukken PDF

 

Opiniebijdrage van Stichting Borg

Toegang tot kennis: fundament dialoog CO2-opslag

De Rijksoverheid is er duidelijk over: CO2-opslag is noodzakelijk om de klimaatdoelen te realiseren. Het bedrijfsleven maakt deze ambities graag waar, maar wil hiervoor graag groen licht van de samenleving. Daarom is een maatschappelijk debat noodzakelijk. Meer kennis over het onderwerp is daarbij een voorwaarde, betoogt Harm Post van Stichting Borg.

Alles is nodig om een CO2-arme samenleving te realiseren: energiebesparing, groene grondstoffen, duurzame energie. Maar ook: ondergrondse CO2-opslag. Dat geeft ons de tijd die nodig is om toe te werken naar een duurzame energievoorziening. Talloze wetenschappelijke studies onderstrepen de noodzaak.
Zeven organisaties in Noord-Nederland – verenigd in Borg - staan in de startblokken om CO2-opslag te realiseren. Want naast dat het rijk hier sterk op aandringt, dient het ook een maatschappelijk belang. Het noorden kan bijdragen aan het behalen van de nationale klimaatdoelstellingen. Net als het noorden via de winning van aardgas al tientallen jaren bijdraagt aan de welvaart van heel Nederland.

De technologie vergroot de innovatiekracht van de regio en van het sterke energiecluster in de noordelijke provincies. En het is goed voor de lokale werkgelegenheid. Bedrijven in Noord-Nederland willen miljarden investeren in deze nieuwe technologie. Dat zorgt voor bedrijvigheid en dat werk moet gedaan worden: van wetenschappelijk onderzoek tot en met de aanleg van pijpleidingen. CO2-opslag levert dus banen op en draagt daarmee bij aan de regionale economische ontwikkeling.

Maar over CO2-opslag is ook nog veel onbekend in de samenleving. Oók in Noord-Nederland, waar het rijk nu velden heeft aangewezen waar CO2-opslag zou kunnen plaatsvinden. Die onbekendheid maakt dat de maatschappelijke opvattingen erover nog niet goed zijn uitgekristalliseerd. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dit ook: naarmate mensen beter zijn geïnformeerd, verandert hun opvatting over CO2-opslag. Meer kennis is dus noodzakelijk, want het bedrijfsleven in Noord-Nederland wil dat CCS plaatsvindt mét draagvlak van alle betrokkenen en op basis van gefundeerde beslissingen. De betrokken partijen willen niet over de hoofden van de mensen heen een project realiseren dat het overgrote deel van de inwoners afwijst of waarover nog onbeantwoorde vragen bestaan.

Daarom is een maatschappelijke dialoog nodig over dit onderwerp, waarbij de nadruk ligt op het vergroten van het kennisniveau bij de inwoners en facilitering van meningsvorming. Hoe zit het met de veiligheid, wie is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud, wat is precies de bijdrage aan het klimaat? Dergelijke vragen moeten beantwoord worden. Vervolgens kunnen opvattingen worden gedeeld in een maatschappelijk debat waarop meningsvorming plaatsvindt. Belangrijk daarbij is dat het gehele proces goed gemonitord wordt, zodat vooraf, tijdens en na de maatschappelijke dialoog helder is wat mensen ervan vinden.

Bij de maatschappelijke dialoog wil Borg graag samen optrekken met onder meer overheden en maatschappelijke organisaties. Maar gezamenlijk organiseren wil natuurlijk niet zeggen dat we het allemaal met elkaar eens moeten zijn: integendeel. Juist die verschillen maken het debat. Maar bij een goed gesprek is het fundament dat iedereen goed geïnformeerd is en toegang heeft tot informatie. Kennis over het onderwerp is noodzakelijk om er een succes van te maken.

Harm D. Post is directeur van de Stichting Borg. In deze stichting werken RWE, Nuon, Gasunie, NAM, Groningen Seaports, Energy Valley en de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij samen ter voorbereiding van ondergrondse CO2-opslag.

Europese Unie| Dit project wordt medegefinancierd door het Europees fonds voor regionale ontwikkeling